Pablo Picasso geldt als een van de grootste en meest invloedrijke kunstenaars van de 20e eeuw. Een belangrijk onderdeel van zijn vernieuwende kracht was zijn vermogen om het alledaagse radicaal anders te zien en toe te passen. Daarbij beperkte hij zich niet tot traditionele materialen als verf en doek, maar experimenteerde hij juist met onverwachte, industriële en eenvoudige materialen.

Zo maakte Picasso gebruik van golfkarton, kippengaas, spijkers, schroeven en touw om vorm en betekenis te geven aan zijn werken. In The Orator (1933–1934) is deze aanpak duidelijk zichtbaar. Golfkarton werd niet verstopt, maar juist ingezet als expressief element: licht, ruw en direct. Het materiaal droeg bij aan de sculpturale kracht en maakte het werk toegankelijk én vernieuwend.

Picasso liet zien dat golfkarton meer is dan een verpakkingsmateriaal. In zijn handen werd het een volwaardig artistiek medium dat perfect paste bij zijn zoektocht naar nieuwe vormen, structuren en betekenissen. Daarmee inspireert hij tot op de dag van vandaag kunstenaars én ontwerpers.